Het nieuwe rijden

Het nieuwe rijdenSinds 2006 is Het Nieuwe Rijden een verplicht onderdeel in het praktijkexamen. In die tijd is er een hoop verandert. Onze instructeurs rijden in een Volvo V40 en zijn er trots op een positieve bijdrage te kunnen leveren tijdens het intensieve gebruik van de lesauto aan het milieu. Een lesauto die een CO2 emissie waarde heeft van 88g/km. Een gemiddeld verbruik heeft van 1 liter op de 20 kilometer. Ook maakt deze Volvo gebruik van het “start en go” systeem. Een systeem wat er voor zorgt dat de motor automatisch afslaat tijdens het wachten voor een rood verkeerslicht of een gesloten overweg. De bezoeken aan de werkplaats vinden alleen plaats als het echt nodig is of nodig is om de veiligheid te blijven garanderen. Op deze manier worden behalve het milieu ook de kwaliteit van onze lessen gewaarborgd.
In samenwerking met Greenstar Statistics hebben onze instructeurs een trainingsprogramma gevolgd om met behulp van een Gps transponder zo optimaal mogelijk gebruik te maken van het “groene rijden”. Een manier van rijden die goed aansluiting heeft met het nieuwe rijden.

Vragen als:

Wat is het verbruik per voertuig of wie is de zuinigste bestuurders zijn vragen die nauwlettend worden gevolgd worden. Met uiteindelijke doel zo efficiënt mogelijk gebruik te maken van een liter brandstof om een positieve bijdrage te kunnen leveren aan het milieu.

Natuurlijk worden onze leerlingen opgeleid om veilig en zelfstandig te rijden en zich zo veel als mogelijk bewust te laten worden van milieu beperkende maatregelen tijdens de autorijlessen. De rijstijl die daarbij onderdeel is van de autorijlessen is:

  • Schakel tussen 2.000 en 2.500 toeren op naar een hogere versnelling (dieselmotoren: tussen 1.500 en 2.000 toeren).
  • Rij zo veel mogelijk met een gelijkmatige snelheid en een laag toerental in een zo hoog mogelijke versnelling.
  • Kijk zo ver mogelijk vooruit en anticipeer op het overige verkeer.
  • Ziet u dat u snelheid moet minderen of stoppen voor een verkeerslicht, laat dan tijdig gas los en laat de auto in de versnelling van dat moment uitrollen.
  • Zet de motor af bij kortere stops. Zoals bij een openstaande brug, bij een overweg, in de file, wanneer u iemand afhaalt, etc. Start u weer, doe dit dan zonder gas te geven.
  • Controleer maandelijks de bandenspanning.
  • Maak, indien mogelijk, gebruik van apparatuur zoals een toerenteller, cruise-control en boordcomputer.
  • Accelereer vlot naar de kruissnelheid zodat snel de hoogste (=zuinigste) versnelling bereikt wordt waarin ter plaatse gereden kan worden onder inachtneming van punt 1.
  • Dit zijn acht tips voor sociaalweggedrag; als jullie deze willen aanvullen kan dat via de link Contact.
  • Ook kunnen leerlingen hun ervaringen tijdens de autorijlessen of tips en/of ideeën plaatsen.
  • Accepteren dat andere mensen ook fouten kunnen maken.
  • Laat je niet kennen en ga niet terug jennen.
  • Heerlijke relaxte muziek draaien, heel hard meezingen en de rest laten voor wat het is.
  • Vaker een duidelijk sorry gebaar maken en steek ook eens een duim op bij positief gedrag.
  • Op tijd en uitgerust van huis vertrekken.
  • Lach eens wat vaker naar de binnenspiegel.
  • Zelf het goede voorbeeld geven.
  • Je realiseren dat je medeweggebruiker bent.